Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik schaam me voor mijn kameraden. Om 9 uur begint het. Ik heb dat idee van de crisis uitgedacht. Het heele dorp weet het Moeder!"

Moeder zweeg.

Een felle woede steeg naar Trotzli's ruigen jongenskop. „Is het vaderland dan niet meer waard dan zoo'n onnoozele pop — weten jullie vrouwen niet, wat vaderlandsliefde is? — Geef me maar een pak ransel, nou direct! — Maar ik moet gaan....!"

„Moeders houden het meest van het vaderland, als zij het flinke mannen schenken. Maar flinke mannen moeten worden opgevoed, als ze jong zijn! Welterusten, jongen!" En de deur was dicht.

Trotzli wierp zich op bed en huilde, zooals hij al sinds jaren niet meer gehuild had. Krampachtig drukte hij het natte kussen voor zijn gezicht, opdat geen mensch zijn verdriet zou hooren. Langzaam echter verdroogde de bron van het tragische leed — en nu moest hij voortdurend aan de woorden van moeder denken: „Flinke mannen moeten worden opgevoed, als ze jong zijn". Zoo! En daarom stuur je ze zeker op 1 Augustus naar bed?

Een luidruchtig geschreeuw wekte hem opeens uit zijn gedroom: „Het brandt, het brandt!" Een heele troep kinderen rende voorbij het Trotzlihuis. Reeds beierde de groote klok van den kerktoren, toen begonnen ook de kleine klokken en alle vijf bimmelden en bommelden zij voor het vaderland! Trotzli hoorde het geknetter van de brandende dennetakken, hij hoorde de echo van de vaderlandsche liederen, en in het vensterglas weerspiegelde de

Sluiten