Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Voor mijn part gooien andere menschen het geld uit het venster! Ik zorg voor mijn Nettie, en niet voor hummels, waar ik niets mee te maken heb — marsch — maak, dat je wegkomt!"

En boem — daar vloog de deur voor hun neus dicht. De twee meisjes konden zich nog juist aan een paaltje vasthouden, anders waren ze de stoep afgerold.

Ondanks den Trotzliaanschen poppenbrand voor het vaderland vertelde Roosje een paar dagen na het feest aan Trotzli, wat zij bij juffrouw Nettie Poedel wit had beleefd. En een half uur later was de heele Trotzlibende ervan op de hoogte.

Toen kwam de langverwachte gelegenheid. Op een heerlijken zomermiddag ging juffrouw Nettie met haar poedel Nettie wandelen. Het was heet, en poedel Nettie liet zijn dorstige tong heel onfatsoenlijk uit zijn welverzorgden hondenmuil hangen. In de buurt van een beekje liet juffrouw Amalia haar lieveling los, om hem gelegenheid te geven, een verfrisschenden dronk te nemen. Nettie sprong als een sierlijk prinsje naar het kabbelende water, terwijl zijn eenzame meesteres zich in het gras nederliet en met haar spitse vingers een margrietbloempje ontbladerde, zooals voorname dames dat plegen te doen. Ze had reeds de derde bloem stukgeplukt en nog altijd was Nettie Poedelwit niet teruggekeerd.

Angstig keek juffrouw Amalia om zich heen en riep het ondeugende pleegkind toe: „Nettie,.... Nettie.... Snoekiepoekie!" Zij probeerde zelfs als een jager door haar niet meer al te jonge tanden te fluiten, maar Nettie kwam niet. Want Nettie bevond zich op dat oogenblik in totaal

Sluiten