Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onverwachte gevangenschap. Achter een hutje aan den zoom van het bosch was hij plotseling omringd door zes jongens, wier oogen schitterden van vurigen drang naar daden. Eerst wou Nettie zijn sierlijk snoetje openen om te protesteeren, maar Sep gaf den gevangen prins een zoo welgemikten tik op zijn stompen neus, dat hij maar liever zweeg.

En terwijl juffrouw Nettie haar derde margriet ontbladerde, werd poedel Nettie in marschtempo naar het dorp ontvoerd. In het houten schuurtje van Koos lag het noodige materiaal voor de gezworen wraak allang gereed: leege conservenblikken, plakkaten, versleten haarlinten uit de zusterlijke waschtafels. Met groot geduld onderging Nettie de beschamende mishandeling. Trotzli gaf als een rooverhoofdman leiding aan het geval. „Nettie kan het ook niet helpen, dat hij een vertroetelde hond is, daarom zullen we hem geen pijn doen. Maar juffrouw Nettie moet weten, dat het een schande is, in dezen tijd van honger en nood, nu zooveel kinderen gebrek lijden, zooveel geld en zorgen aan een onnoozelen hond te besteden, en daarom moet zij zich maar eens voor het heele dorp schamen".

Een half uur later rende poedel Nettie als een opgejaagde haas' door de dorpsstraat. Zijn spraak had hij nu teruggevonden; want hij huilde, blafte en jankte, dat alle menschen naar de vensters vlogen. Hij had zich daarvoor niet zooveel moeite hoeven te geven, want de leege blikken aan zijn hals, staart en pooten maakten al genoeg lawaai. Nettie zag eruit als een wandelende reclame. Aan den hemelsblauwen halsband hing een belletje, dat lustig tingelde; op een witte blikken bus stond met roode letters

Sluiten