Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dorp ligt zoo vroolijk en fleurig tusschen berg en meer, als de bonte eieren in het nestje van den Paaschhaas.

Er stond een lange dame aan den steiger, die heel hard „wenderfoel!" zei. Haar man, die haar taschje droeg, zei: „O jèès!" Toen kwamen beiden aan boord. De meester zei, dat het Engelschen waren. Aan den oever stond een prachtig oud huis en daar was een witte hond, die op zijn achterste pooten ging zitten, tot het schip vertrok. Ik gooide hem als dank een stukje schil van mijn

....Een lange dame zei: „Wenderfoel!" appelsien tOe en tOen Zei hij

met zijn pooten: „Dank je wel!" Aan den anderen kant zagen we toen ineens de twee Mythen. Ik merkte het pas, toen de lange dame weer „wenderfoel" riep. En haar man zei terstond: „O jèès!"

In Brunnen stapten wij uit en reden toen met een goudgelen tram naar de hoofdplaats Schwyz. Op het dorpsplein moesten wij voor het raadhuis zingen en later nog eens voor het nieuwe Bondsarchief. Dat is een geweldig gebouw met veel breede trappen, merkwaardige bogen en groote, vierhoekige mannen aan den gevel. Dat waren de oude Zwitsers, werd er gezegd. Ik geloof, dat ik er ook van zoo een afstam.

Binnenin kan men den brief zien, waarmee de buiten afgebeelde oude Zwitsers het eedgenootschap hebben

Sluiten