Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Trotzli sticht een Vincentiusvereeniging.

De herfst lag over Ergenshuizen; hij maakte de bladeren geel en de appels rijp en veegde met zijn blaasbalg de straten. Moeder Elisabeth had weer haar zorgen met den jongen. Sinds den middag was hij weg, niemand wist waarheen. — En toch hadden vele menschen haar inlichtingen kunnen geven over haar Trotzli. Bijvoorbeeld Karei, Sep, Frits, Koos en zelfs Max, het rijkeluiszoontje.

Zij allen hadden moeder Elisabeth heel goed kunnen zeggen, waar Trotzli weer den heelen vrijen middag den

aardbol onveilig maakte;

want zij trokken met hem juist door het kleine Kerkstraatje, met vier wagentjes, die met een helsch lawaai over de schoongeveegde straatkeien rammelden.

Dat was namelijk zoo gekomen. Max had in het speelkwartiertje weer eens — zooals altijd — al zijn zakken stikvol appels gehad. Hij hapte in een prachtige bellefleur, trok

ppn "\ri nmrli t*

t- . . i . wvii tivj viiiuav

....tn gooide den mooien appel weg. '

Sluiten