Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat het zonde is, zóó met de gaven van Onzen Lieven Heer om te gaan? Weet jij wel, dat jij eens een flink pak op je broek moest krijgen, net als een klein kind: jij flauwe zeever, verkwister!".... En om hem rustig te laten nadenken, of hij dat alles wel wist, lieten zij hem midden op het schoolplein alleen staan en gingen er vandoor.

Dat was een vingerwijzing des hemels.

Toen tien minuten later de pauze voorbij was, hadden ze met hun vijven eenparig een eigenaardig besluit genomen: Wij stichten een Vincentiusvereeniging! Trotzli had namelijk eens van een Parijschen student gelezen, die Frederik Ozanam heette, en die bij de rijke menschen fruit, kleeren, geld en eetwaren ging verzamelen en dit alles dan in den winter en op de koude dagen naar de armen bracht.

Trotzli vertelde dit verhaal na de appelruzie aan zijn vrienden en ze vonden het allemaal even mooi. En toen hij zijn verhaal besloot met de woorden: „Zoo ontstond de eerste Vincentiusvereeniging", toen kwam het als uit één mond: „Wij gaan ook een Vincentiusvereeniging stichten! Jij bent onze Ozanam! Frederik Trotzli Ozanam — dat klinkt goed.... en vanmiddag gaan we direct aan het werk. Koos, Sep en Trotzli, jullie moeten vanmiddag je wagentje meebrengen! Precies om 1 uur komen we in het Kerkstraatje bij elkaar". En met een stevigen handslag werd de overeenkomst bekrachtigd.

Toen Trotzli na school met een vaartje over den drempel naar buiten schoot, trok Max hem opeens aan zijn mouw: „Zeg, ben je nog kwaad?"

Sluiten