Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja!"

„Dat is toch flauw!"

„Heel flauw! Maar niet van ons!"

„Zeg.... Trotzli,.... het was niet zoo bedoeld.... laat mij ook weer meegaan.... ik zal voor jullie ieder tien appels meebrengen!"

„Je hoeft voor ons niets te brengen!.... Maar als je wilt, goed, ga dan maar mee! Vandaag precies om 1 uur in het Kerkstraatje! En je brengt mee: je wagentje, een zak, en met toestemming van je vader en moeder 20 kilo appels, maar mooie, hoor!"

„Twintig kilo?"

„Ja, voor de armen! Wil je of wil je niet?"

„Ik kom!"

Om 1 uur stond de heele bende bij den kerktoren: zes jongens, vier wagentjes met manden, en jawel hoor: de 20 kilo appels van Max. „Maar pas op, dat niemand een appel durft te stelen, hoor! — Iedereen krijgt er vanmiddag 5 stuks, maar nou nog niet!"

„Zeg, Max, wat heeft je moeder ervan gezegd?"

Max diepte een vijf-francstuk uit zijn broekzak op en gaf het aan Trotzli: „Dat heeft zij er nog bijgegeven. Het is een goed idee, heeft zij gezegd!"

,,'t Is met jou toch nog niet heelemaal hopeloos, Max", hoonde Koos, „want je moeder is 50% beter dan jij!"

De karavaan hobbelde door het Huppelstraatje. Bij boer Geisen werd het eerst halt gehouden. „Lieve hemel, wat zullen we nou hebben?" vroeg de boerin, terwijl ze in de huisdeur verscheen en de handen ineensloeg.

Sluiten