Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boter en nog een zak met aardappelen. Boer Geisen trok eens stevig aan zijn kromme pijp en zei maar aldoor:

„Wel-wel-wel-wel-wel!"

Twee wagentjes waren al bijna vol en Trotzli voelde zichzelf als een Egyptische Jozef in de korenschuur. Toen moesten de zes jongens binnenkomen en ervoor zorgen, dat een schaal peren, kaas en brood zoo snel mogelijk verdween.

XT '• 1 1 1

lNOllj ZIJ QCQcrl Udt met ....Kwam de boerin terug, achter haar aan II 1*1 Kathe, dan Mimi en tenslotte de boer zelf.

groote bekwaamheid, gaven

den boer en al de andere huisgenooten een hand en trokken toen weer verder met hun goederentrein.

De tweede aanval zou op den brommerigen boer van de Moosegghoeve worden gericht, van wien booze tongen beweerden, dat hij niet erg goedgeefsch was.

Boer Moosegg woonde een kwartier verder op een groote, mooie hofstede. Hij werd een der rijksten van Ergenshuizen genoemd, had een langen stal vol vette koeien, een kleine honderd varkens, die telkens, als ze gevoerd werden, een oorverdoovend concert gaven, vele knechten en meiden, prachtige antieke meubels in de ruime, gelambriseerde woonkamer en een gewichtig buikje onder zijn bruine vest, waarvan de twee onderste knoopen reeds waren afgesprongen.

Toen de Vincentius-extra-trein hijgend en puffend naar de Moosegg-hoeve trok, voelden de zes jongens hun

Sluiten