Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boer, appelen en peren, aardappelen en potten met honing en groote kasten met mysterieuzen inhoud achter de gesloten deuren.

„Hier mag de winter gerust lang duren," zei Koos, die de stilte van den geurigen kelder durfde verbreken.

„Ja, je kunt nooit weten, wat er komt; zorgen, sparen. ... Maar enfin, jullie courage bevalt me niet slecht.... en nou mogen jullie net zooveel hebben, als jullie, dreumessen, in één keer naar buiten kunt sleepen."

„Dreumessen?" — dacht Trotzli; „nou je zult er nog leelijk van opkijken!" — Doch nu moest het transport georganiseerd worden. — Eerst vulden

ze allemaal hun broekzakken, toen hun jaszakken; toen begonnen ze zichzelf te beladen. Frits bond twee honingpotten met zijn zakdoek bijeen, hing ze over zijn schouder en kon zoo nog een derden in zijn handen dragen. Sep en Karei zwoegden aan een kaas, die bijna zoo hoog was als zijzelf. Koos liep gebogen onder een vaatje boter, dat met zijn harde randen pijnlijk op zijn schouders drukte. Trotzli en Max staken eerst enkele pakjes braadvet en een paar wijnflesschen achter hun bretels; toen heschen ze nog een flinken meelzak op hun rug, zoodat er achter

Wat jullie, dreumessen, in één keer kunt

wegsleepen.

Sluiten