Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de late bezoekers.

„We moesten hier iets voor u afgeven."

„Voor ons? — Dan hebben jullie je zeker in het huisnummer vergist, jongens! Aan ons denkt immers niemand!"

„Neem het maar aan; jullie kunt het gebruiken! En we hebben het niet gestolen, u kunt gerust zijn!" En met een „Welterusten!" waren ze alweer in de duisternis verdwenen. De

vrouw van den schilder kon haar oogen niet gelooven, toen ze den grooten korf ging uitpakken. Onderin lag een briefje, waarop met onbeholpen jongenshand geschreven stond: „Korf en botervaatje worden afgehaald, als ze leeg zijn. De Vincentiusjongens."

Toen het van den toren half acht sloeg, waren alle wagentjes heel licht geworden. Maar de harten van de jongens waren zoo vol, dat ze maar het liefst een lied in de avondstilte hadden uitgegalmd.

„Trotzli, dat was nou eens echt fijn!" zei Frits. Toen rammelden de vier wagentjes over de straten. Toen Trotzli den dissel van zijn wagentje wilde pakken, toen greep hij in de hand van Max, die nog naast hem stond: „Zeg, Trotzli, ik gooi nooit meer een appel weg, dat beloof ik je! Tot ziens!"

....Omdat moeder juist voor de kachel stond.

Sluiten