Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Trotzli bant kerkhof geesten.

Een kerkhof is er in ieder fatsoenlijk dorp. Daar rusten de stillen, die van het luidruchtig leven genoeg hebben. Niet allen gaan gaarne den laatsten gang door de kerkhofpoort, want menigeen heeft zijn ziel zwaar met het stof der aarde beladen, wanneer de goede God hem tot Zich roept. Vele anderen echter zijn echt blij, als magere Hein eindelijk aan hun afgeleefd lichaam klopt; want zij hunkeren naar de eeuwige rust.

Dat heeft op Trotzli ook altijd een diepen indruk gemaakt, als hij als misdienaar aan een pas-gedolven graf stond; altijd keek hij naar de kruisen en de grafsteenen, waarop geschreven stond: „Hier rust in vrede...."

Maar dikwijls ook heeft een ware jongenswoede hem uit zijn peinzen gewekt, als hij achter in den rouwstoet de alom bekende „Dagbladen" van Ergenshuizen zag: Klets-Betje, Trien van den Bakker en Liesbeth Ratel. Deze drie wisten niet alleen altijd het nieuwste van het halve kanton, maar meestal ook nog dat, wat pas morgen gebeurt en ook wat 20 en 50 jaren geleden in een familie was geschied. En haar booze tongen ratelden als machinegeweren, als zij van een armen drommel opsomden, wat hij allemaal op zijn kerfstok had: „Ja, als je alles maar eens wist.... en ik zou je heel wat kunnen vertellen, maar ik zeg niets.... ik hoop, dat hij er geen schade van

Sluiten