Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wilde beer rolde midden in 't bleekveld.

Maar toen is de beer inééns weer Hans geworden. Hij wijst dreigend met z'n vinger naar Piet: „Dit mag niet! Nee, dat mag niet!"

Maar Piet licht, 't Is een vals lachje. Zó kan Piet vaak lachen. En dat hindert Hans. Hij voelt dat hij boos wordt. Hij loopt naar Piet toe.

Die wil, nog aldoor lachend, een stap achteruit doen. Maar zijn voet stoot tegen een lage tak van 't struikgewas. Hij verliest zijn evenwicht. Even slaan zijn armen dwaas-wild in de lucht en dan valt hij achterover tussen de struiken. Zijn handen grijpen de takken.

Weg is ineens Hans' boosheid. Hij schaterlacht, 't Was ook zo'n énig gezicht.

Met een vlugge sprong is ook hij over 't heggetje.

Daar ligt Piet, achterover; hij probeert overeind te komen. Maar dat valt niet mee. De takken prikken hem en de scherpe doornen van een braamstruik haken in zijn kousen.

„Wacht maar," zegt Hans, „ik zal je helpen."

Hij laat zich ook tussen de struiken zakken. Hij pakt Piets hand. Maar daar glijden plotseling zijn voeten uit, een tak breekt, en daar rollen ze beiden op de bodem van de droge sloot, midden tussen een dikke laag dode bladeren!

„Ziezo, dat ligt zacht," zegt Hans. Hij blijft nog even zo liggen, 'n Wonderlijk gezicht is dat hier. Door de wirwar van takken en bladeren ziet hij de verre, blauwe lucht. Zo van dichtbij, lijken de struikenstammetjes wel een enorm bos. Ja, zó moet een oerwoud er uitzien.

„Nu zijn we in 't Sumatraanse oerwoud," zegt hij.

Piet lacht wat minachtend. Die Hans bedenkt altijd zulke wondere dingen.

„Als er nu eens een tijger kwam. Zo'n donkerrode met zwarte strepen, en scherpe klauwen en .... bóe-öe-öe," probeert Hans geheimzinnig te doen.

Met een ruk keert Piet zich om.

Hij wil er uit. Je kunt je hele laatste vacantiedag toch niet, achterover op je rug, in een droge sloot doorbrengen. Hij probeert zich aan de stammetjes omhoog te trekken, maar met een pijnlijke kreet trekt hij zijn been terug.

„Au, m'n knie," roept hij.

„Wa's dat!" zegt Hans verschrikt.

Piet voelt met z'n handen naar de plek waar hij zopas zijn knie zo bezeerde.

„Een stekelvarken," zegt hij verrast.

Sluiten