Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II.

Mientjes mislukte tractatie.

De bomen langs de gracht staan roerloos in rechte rij.

Een vink roept er zijn pittig „pink, pink," en een eendje zwemt met driftige rukjes door 't donkere water van de gracht.

De deftige huizen staan er ernstig, als bedenken ze, welke voorname gebeurtenissen ze in hun lange leven al hebben meegemaakt.

Een dienstmeisje staat voorovergebogen de stoep te dweilen en een oude, deftige juffrouw gaat met haar fox-hondje een morgenwandeling doen. Om de hoek bij de brug komt de bakkerskar aangereden. De bakker loopt met vlugge, korte passen.

Mientje van den dokter staat voor 't raam. Haar vader is net weggereden in zijn auto. Ze heeft hem daggewuifd. Nu staat ze nieuwsgierig te kijken. Zou de bakker er nog niet aankomen?

Ze is jarig vandaag. Ze is al zès jaar! Verleden jaar stuurde omoe gebakjes. Daar mocht ze van trakteren. Ook in de keuken. Kaatje had zich met de vlakke hand op de borst geslagen en gezegd: „Lekker, lekker J"

Zal omoe nu ook weer gebakjes sturen? En misschien komt zij vanmiddag zélf wel. 't Is immers zulk mooi weer! Vader kan haar wel met de auto halen. Ze zal 't vragen als hij straks thuiskomt.

Moeder is nog boven. Ze helpt kleine Rie. Rie is nog maar zes wéken en zt'j is zes jaar. Ze wordt nu groot, 't Volgend jaar April mag ze al naar school.

Bob en Bram, de tweelingbroertjes, kibbelen ineens luid in de hoek van de kinderkamer.

„Mag niet," zegt Mientje boos.

Ze loopt er echter niet heen, want komt nu de bakkerskar er juist niet aan?

Ja! Nu zal ze goed kijken of hij Kaatje ook een doos taartjes geeft. Moeder vindt het wel niet goed, dat ze zo staat te „loéren", zoals moeder dat noemt. Maar vandaag is ze jarig en dan mag je wat meer, vindt ze.

Kaatje is bezig in de keuken. Ze bergt de pas gewassen borden in de keukenkast. O, wacht, de puddingvorm zal ze alvast maar op die plank zetten, dan heeft ze 'm meteen voor 't grijpen, als

Sluiten