Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verhaal verteld: van een jongen, die een hond, die door straatjongens verdronken zou worden, rédde.

Maar hij, Hans, was niet zo'n held geweest. Hij had vanmorgen alles maar laten geworden. Hij had de egel van Piets arm moeten trekken, en 'm weer neerzetten tussen de bladeren. En als Piet dat niet wou hebben, dan had hij moeten vèchten. Dan hadden de mensen gedacht: die jongen heeft wat voor dieren over!

Maar hij had gelèchen, toen 't dier daar in die donkere doos terecht kwam. Nou was die arme egel misschien wel verongelukt. Of de bakker moest niets gemerkt hebben. Maar dan merkte hij 't wel als hij thuis kwam en de kar leegmaakte.

Hans begint ineens weer vlugger te lopen. Misschien is de bakker nog niet terug. Dan is 't dus 't veiligst om vlug voort te maken. Dan weet de bakkersvrouw, die in de winkel helpt er niets van.

Hans begint op een drafje te lopen. Er komt net een meisje uit de bakkerswinkel, de boodschappentas aan de arm.

Vrouw Meelman staat nog achter de toonbank.

Hans wipt vlug de stoep op.

„En jij, Hans?" zegt ze vriendelijk. Ze kent Hans wel. Hij komt

wel vaker in de winkel.

Net zal hij z'n boodschap zeggen, als er vlugge voetstappen klinken op de harde stoepsteen; de deur gaat open, driftig rinkelt de winkelbel en daar staat Kaatje van den dokter. Ze kijkt even naar Hans en zegt dan: „Mag ik mijn boodschap misschien eerst

even zeggen?" T • «

Ze wacht geen antwoord af maar gaat meteen door: „Ja, j uit rouw, nu heeft de bakker taartjes bezorgd^ bij den dokter, maar bij vergissing zeker de lege doos gegeven."

Vrouw Meelman knikt met haar hoofd, maar je kunt wel zien,

dat ze er niéts van begrijpt.

„Ja," gaat Kaatje door, „en nu zou de kleine meid trakteren en nu is 't zo'n teleurstelling, dat nu zei mevrouw, dat ik maar even moest gaan vragen. Misschien dat de vergissing al gemerkt is.

„De bakker is nog niet thuis," zegt vrouw Meelman langzaam, „maar ik begrijp er niets van. De doos is vanmorgen wel in de kar pjckonicii»"

„Zou een van de knechts misschien even kunnen zien, waar de

bakker ergens is?" oppert Kaatje.

„Ik begrijp het óók niet. De doos voelde zwaar, toen k m aan

kreeg/'

Nee, vrouw Meelman begrijpt het niet en Kaatje ook niet. Maar Hans is héél erg geschrokken. Is de egel bi) den dokter terechtgekomen? Was de doos léég? Zou de egel alle gebakjes

Sluiten