Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verontschuldiging voor de vergissing," zegt ze dan eerst tegen Kaatje, die de deurknop al in haar hand houdt.

Kaatje trippelt voldaan naar 't doktershuis terug en eventjes later is Hans de stoep ook al af.

D2it is je wat. Hoe kon hij 't nu toch zó ongelukkig treffen. Hij had natuurlijk geen néé durven zeggen. En hij was in de war geweest ook. Lelijk in de war.

Als hij nu bij den bakker komt, wat zal dié dan zeggen? Zou hij maar niet stiekem naar huis gaan? Maar néé, dat kan niet. En zijn boodschap dan!

Met schrik bedenkt hij dat hij niet eens gezegd heeft w?t hij halen moest. Wèt dom! En moeder zei nog wel, dat hij vóórt moest

maken. . ,

't Zweet breekt hem uit en hij begint weer in draf te lopen. „In de Zuiderstraat," heeft de bakkersvrouw gezegd. Daar is

hij zo. .

Ja, daar staat de kar al. De bakker praat met zijn klant. Daar gaat

hij al weer naar z'n kar.

Hans loopt haastig op hem toe.

„Meelman!" De bakker kijkt achterom. „Ik moest van uw vrouw even vragen, naar de taartjes van dokter," zegt Hans.

„Loop heen, jö," bromt de bakker en hij wil al weer verder gaan. Hij denkt natuurlijk dat die jongen hem voor de mal houdt.

„Néé," houdt Hans vol. Hij legt zijn hand op de kar. „Kaatje van dokter was in de winkel, en toen zei ze, dat de doos leeg was. En toen zei uw vrouw of ik u even vragen wou, of u misschien een verkeerde doos gebracht had." . n

„Wacht even," antwoordt Meelman nu, ,,'k zal eens zien. 't Deksel wordt weer opgelicht.

Eén taartendoos staat er nog, ziet Hans dadelijk, en meteen is de angst er weer, dat de egel er misschien in zit.

Met z'n vinger wipt de bakker 't deksel van de doos op. „Nou, da's sterk," zegt hij.

Heerlijke gebakjes liggen er in en géén egel, ziet Hans dadelijk. „Nou, da's sterk," zegt de bakker nóg eens. „Had ik er nu direct maar even ingezien, in plaats van alleen naar t gewicht te voelen.

Doch dan bedenkt hij meteen, dat 't een lelijke vergissing is en dat de doktersmevrouw wel eens boos kon we^en* Als £e Kaatje al gestuurd hebben .... 't Komt slecht uit ook om terug te lopen, dat hele eind. Dan moeten de andere klanten ook weer wachten.

Hans wil al weer weglopen, maar nu schiet Meelman te binnen, dat Hans die doos eigenlijk ook wel even bij den dokter kan bezorgen. Dat spaart hèm die reis uit. Tegen dien jongen zal mevrouw vast

Sluiten