Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK V.

Een onverdiend ritje.

„Toe-oet."

„Pas op, kippetjes, kom niet onder de auto!"

Een paar witte hennen fladderen vleugelkleppend naar de veilige wegkant.

Dokters auto rijdt bijna geruisloos verder, zwart-glimmend in

Een paar witte hennen fladderen vleugelkleppend naar de veilige wegkant.

't vrolijke licht van de zomerdag. De bomen langs de straatweg vegen er snel-afglijdende schaduwen over.

Dokter zit wat achterover. Hij heeft zijn verste patiënt gehad. Een kindje van boer Schuurman, 't Is ernstig ziek geweest, maar wordt nu voorspoedig beter, 't Doet den dokter goed, nog even na

Sluiten