Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik kan wel lópen, dokter," zegt hij haastig, ,,'t Hoeft heus niet."

„Ben je mal! Jij gaat mee. Waar moet je heen om je boodschappen te halen?"

„Naar bakker Meelman, dokter."

„Kom, Mieneschat. Jij gaat ook mee," zegt de dokter.

Daar gaan ze. Dokter en Mientje voorop en Hans achteraan. Hij kan zich haast zo gauw niet voorstellen wat er gebeuren gaat. Hij in die glimmende auto van den dokter. En 't is zijn schuld mee, dat die egel bij dokter terecht gekomen is.

O, hij m&g maar niet zo, zonder meer, dat ritje meemaken.

Maar dokter heeft 't portier al open en Mientje is al haastig naar binnen geklauterd. En dokter zegt zó beslist: „Instappen, mijnheer Hans," dat er voor hem niets anders op zit, dan het te doen.

De boodschap bij den bakker is gauw gedaan. Vrouw Meelman wil Hans nog even aan „de praat" houden en hem wat geven voor zijn boodschap, maar Hans zegt haastig, „nee, dank u wel," en wipt de stoep al weer af.

Dan rijden ze weer verder. Wat rijdt die auto fijn en wat gaat 't vlug. Daar zijn ze al bij de brug. Mientje praat lachend tegen haar vader en Hans zit achterin. Hij durft niets te zeggen, 't Gaat prachtig, alleen .... was dat nu met die egel toch maar niét gebeurd, dan zou 't nog veel fijner wezen.

Nu kan hij niet echt genieten. Hij heeft een gevoel of 't hem niet toekomt.

Dokter heeft voor de grap „héld" tegen hem gezegd, maar hij moést het toch es weten! Doch hij kon 't nu toch onmogelijk meer zeggen!

Hè, die egel ook. Had hij dat beest maar nooit gezien! Was dat nare dier vanmorgen maar op een ander plaatsje in de dorre bladeren gekropen. Dan was dit allemaal niet gebeurd.

De auto zwaait de hoek om, de straat in, waar Hans woont. Nu is hij er gauw. Wat zal moeder wel denken. Staat Piet daar niet bij die boom ? 't Gaat zo vlug. Hans kan 't zo gauw niet zien en hij durft niet voor 't portierraam te gaan zitten om dag te wuiven.

„Hier is 't ergens, niet?" vraagt de dokter.

„Ja, dokter," knikt Hans.

„Daar staat je moeder al naar je uit te kijken," zegt dokter dan. Hij heeft zopas al zitten uitvinden, wie Hans is. Dokter kent de meeste mensen hier wel. Hij is ook wel eens bij Hans aan huis geweest, toen kleine zus ziek was.

„Moet Hans er nu uit, vader?" vraagt Mientje.

Dokter knikt. Zijn voet drukt het rempedaal in.

De auto stopt.

Sluiten