Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vader hoort 't hele verhaal geduldig luisterend aan. En als 't uit is, blijft hij nog een poosje stilzwijgend zitten.

„Zo," zegt hij dan. „Ja, Hans, dat is vreemd gelopen. Je moet zien of je dat met den bakker en den dokter in orde kunt brengen. Dan ben je toch mijn held. Als je kwaad gedaan hebt, moet je de gevolgen er van ook durven dragen, om 't weer in orde te brengen."

„Ja, vader," zegt Hans.

Moeder komt ook binnen. Vader vertelt haar kort wat Hans gezegd heeft. Moeder vindt ook dat hij 't weer in orde brengen moet.

Dan vraagt vader of de postbode ook wat gebracht heeft, ,,'k Kan 't nog net even doorkijken," zegt hij, met een blik op de pendule.

Moeder strijkt Hans even over z'n haar.

Hans voelt zich opgelucht nu hij alles verteld heeft en vader en moeder niet boos zijn.

Nu komen Ger en Broer binnenstommelen.

„Nee, jongens, vooruit. Niet in mijn mooie kamer. Ga maar gauw buiten spelen, 't Is móói weer," troont moeder ze weer de kamer uit. Hans loopt ook mee.

Vader blijft een brief zitten lezen en moeder gaat verder de vaat aan kant maken.

Piet staat in de tuin.

„Zat jij bij dokter in de wagen ?" vraagt hij. Piet praat altijd over „wagen". Dat zegt Roel ook altijd.

„Ja," zegt Hans.

„Hoe kwam dèt, jö?" vraagt Piet verder.

Maar 't is vreemd. Nu Hans pas alles zo vertrouwelijk aan vader verteld heeft, vindt hij 't erg moeilijk om Piet alles te zeggen. Hij zegt alleen maar, dat hij de doktersmevrouw even geholpen had en dokter hem toen voor de aardigheid thuis gebracht heeft.

„Reed die wagen fijn?" vraagt Piet dan nog belangstellend.

„Nou, héérlijk jö. En fijne kussens er in. Die véérden zo," zegt Hans, weer wat luidruchtiger.

„Ik ga vanmiddag lekker met Roel mee. Die moet naar de stad. Dat is óók fijn," wil Piet nu Hans overtroeven.

Maar Hans vraagt alleen maar of hij laat thuiskomt.

,,'k Weet niet," zegt Piet, „maar nu moet 'k maken dat ik op tijd bij de garage ben."

Als Piet weggedraafd is, gaat Hans verder met wieden, daar, waar hij vanmorgen opgehouden is, toen moeder hem riep.

Even later gaat vader naar 't kantoor.

„Flink zo," zegt hij als hij Hans zo ijverig bezig ziet.

Hans krijgt er een kleur van. Hij weet zelf niet waarom.

Sluiten