Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zo," zegt mevrouw dan langzaam, „en waar is Piet nu. Weet die wel dat jij hier bent?"

„Nee, mevrouw," zegt Hans hoofdschuddend. Nu bedenkt hij met schrik, dat wanneer Piet dit wist, hij hem wel helemaal een verrader zou noemen.

„Zo, wou hij niet mee?" vraagt mevrouw verder.

„Hij is bóós op mij," vertelt Hans. En als mevrouw stil blijft wachten, vertelt hij meteen door.

Hij leeft zich weer helemaal in in zijn groots plan. Hij vertelt van Hans Egéde. En van zijn teleurstelling. En dat het nu eigenlijk zijn schuld is.

Mevrouw zit hem stil aan te kijken. Wat is 't wonderlijk, dat dèt allemaal in zo'n jongenshoofd om kon gaan. Wie zou dat nu gedacht hebben, toen hij zopas met haar jongens aan 't voetballen was. Kinderen kennen geen zorgen, zegt men weieens, maar ze hébben toch zéker óók hun zwarigheden.

Toen ze nog in Amsterdam woonde, — ze was toen nog verloofd —, had ze een klas jongens gehad, die elke Zondagavond kwam. Dat was vaak heel moeilijk werk geweest. Maar bij al dat moeilijke toch weer mooi ook.

En toen ze hier met haar man op dit grote, maar rustige, dorp was komen wonen, had ze in 't begin nog vaak haar drukke jonge vriendjes gemist. Ze had nog altijd ansichten van hen bewaard.

Mevrouw blijft stil zitten peinzen. Door dit verhaal van Hans is ze weer helemaal terug in de tijd, toen ze dat zondagsschoolklasje had.

Dan kijkt ze Hans aan. Ze knikt begrijpend en zegt écht meevoelend: „Ja, d&t is jammer Hans. We moesten toch dien Piet te vriend zien te houden, hè. Misschien, als z'n boosheid eerst es gezakt is, dat we...."

Ze maakt de zin niet af. De kinderen in de tuin juichen ineens heel blij. Thor komt met jolige, lenige sprongen naar hen toegerend en daar is dokter ook.

„Kalm Thor," zegt dokter.

De kinderen hollen alle drie naar hem toe. Ze praten alle drie héél druk met hem en willen allemaal tegelijk aan zijn arm hangen.

„Ja, vader," vertelt Mientje dan. „Hans is bij ons. Hij zit bij moes in de tuinkamer."

„Hans? Hans? Welke Hans?" vraagt dokter, niet dadelijk begrijpend.

,,'t Stekelbeest ligt in 't hoekje," zegt Bram dan.

Daardoor weet dokter ineens weer, wie Hans is en zegt tegen de druk uitleggende Mientje: „Ja, ja, ik snap het al. Die Hans, die wij gister samen hebben thuisgebracht, hè. Wat moést die?"

Sluiten