Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuw halen bij de fabriek in de stad," zegt Roel. Dan steekt hij een sigaret op en geeft er Piet ook een.

Piet paft ook en hangt de sigaret onverschillig in een mondhoek, net zoals Roel het doet.

De eerste keer was hij er erg naar van geweest. Roel had de auto er voor stil moeten houden, en achter een bóóm .... nou, wat daar gebeurd was, daar dacht hij maar liever niet aan.

Maar nu geeft hij er niets meer om.

Als ze bij twee verschillende boerderijen hun vracht gelost hebben, rijden ze met hun lege, denderende vrachtwagen de stad binnen.

Roel heeft nu al zijn aandacht bij 't sturen. Ze zwenken over een brede brug en rijden dan 't fabrieksterrein van een grote veevoederfabriek op. Dan drukt Roel het rempedaal in.

De auto wordt nu weer volgeladen.

Piet drentelt wat heen en weer, maar blijft vlak in de buurt van de auto.

Als je hier op 't fabrieksterrein zo'n kantoor mijnheer tegen komt, heb je maar zó een uitbrander te pakken.

Jongens mogen hier niet komen, weet Piet wel. Hij is blij wanneer Roel klaar is en: „Stap in, jö," tegen hem zegt.

Nu rijden ze weer in de drukke straat. Even verder is een groot plein. Er staat een groot bord met een P er op. Parkeeren, betekent dat. Dat heeft Piet al lang op school geleerd. Roel zwenkt het plein op en zet de auto stop tussen een hele rij andere.

„Ik moet een boodschap voor den baas doen. Met een uurtje ben 'k weer terug. Neus jij hier in de buurt maar wat rond," zegt hij.

Piet stapt uit. Roel doet de portieren op slot. Dan stapt hij haastig weg.

Piet blijft nog even staan, drentelt dan van 't parkeerterrein naar de drukke straat. Op 't trottoir gaat hij staan kijken naar 't onrustige bewegen van al die auto's en wagens en fietsen. Je moet hier wèl goed kunnen fietsen, bedenkt hij, en goéd uit je ogen kijken.

Nu draait hij zich om, naar de étalage achter hem. Een schoenwinkel. In 't midden staat een lange, smalle, witte hazewindhond, die door een glimmende ring springt. Dat betekende dat je zo vlug als een windhond werd, als je die schoenen droeg.

Er naast is een juwelierszaak. Wat een goud en zilver. Prachtige horloges liggen er. En daar zilveren sigarettenkokers. Een met een hondenkop er op. Dat vindt Piet de mooiste. Hij loopt verder 't trottoir af. Eerst even kijken hoe hij 't nu straks terug moet vinden. Hij moet er op tijd zijn. Als Roel op hèm zou moeten wachten, zou er wat öp zitten.

Wacht, die schoenwinkel met dat hondje. En daar tegenover een

4 't Kwam van die egel.

Sluiten