Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

huis met grote ramen. „Derksens Lunchroom" stond er met grote letters. Dat was makkelijk te onthouden. Zo heette buurman ook.

Piet drentelt verder, 't Is hier winkel aan winkel. Hier is een grote fruitwinkel. Een doordringende lucht van appels en andere vruchten hangt er. En buiten staan op een stellage een hele rij kisten, vol met allerlei soorten fruit. Druiven, appels, peren, sjonge wat 'n dikke; meloenen, tomaten, ja, noem maar op.

Zo'n heerlijke appel zou 'm anders wel lijken. Zou niemand daar nu op passen? Ineens voelt Piet een hevige begeerte naar zo'n heerlijke rijpe appel. Zou hij 'm niet weg kunnen pakken? Dié daar, uit die kist in 't hoekje? Maar dan is 't Piet of hij de stem van zijn vader hoort: „Blijf eerlijk Piet. Als je niet éérlijk bent, ben je later ongeschikt voor èlk vak."

Haastig loopt hij door. Voor een boekwinkel blijft hij weer staan. Prachtige boeken liggen hier uitgestald!

In het étalageraam ziet hij de grote gestalte van een politieagent weerspiegeld. Hij kijkt op. De agent loopt verder in rustig gelijkmatige pas.

Hè, daar is Piet toch werkelijk van geschrokken. Als hij die appel gepakt had, zo pas, dan was hij er vast ingelopen. Gelukkig dat hij 't niet gedaan heeft.

Nu speelt het klokkenspel van een slanke toren, achter de huizen aan de overkant. Piet loopt door, tot hij de torenklok goed onderscheiden kan. Vier uur, dan zal hij maar vast teruglopen.

Hij vindt het gemakkelijk terug. Als hij bij de auto komt is Roel er nog niet. Dan gaat hij maar zolang op de treeplank zitten wachten, 't Duurt niet lang of Roel komt haastig aanlopen. „Stap maar gauw in," zegt hij.

Hij heeft een erg rode kleur, vindt Piet en wat ruikt hij wee-ig zoet uit z'n adem. Maar als hij een sigaret opsteekt, merkt Piet dat niet meer zo. Hij blijft wat zitten soezen en moet ineens weer aan Hans denken. Zou 't eigenlijk wel zo gek wezen om naar een zondagsschool te gaan? Meteen zegt hij tegen Roel: „Zeg, Roel, ben jij wel es naar een zondagsschool geweest?"

„Wat jö?!" Roel schrééuwt het bijna, zijn sigaret valt hem uit de mond.

Hij trapt 'm meteen uit met z'n schoen en zegt:

„Hoe kom je daar bij ?"

Piet is er even van geschrokken. Wat deed die Roel heftig.

„Nou, ik dacht dat maar zo. Hans vroeg me vanmiddag of ik es een keer meeging."

Roel lacht verachtelijk. Met grote minachting maakt hij het werk van de zondagsschool bespottelijk.

Sluiten