Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar diep in zijn hart is hij tóch wel wat jaloers op dat ritje in die mooie wagen van dokter....

Zo denkt hij er ook nog over, als hij Woensdagmiddag naast Roel in de cabine zit. Hij is er wat stil van.

„Wat zit jij te prakkizeren?" zegt Roel.

„Niks," zegt Piet wat onverschillig.

„Nou, ik dacht het maar zo. Of broed je misschien nog over de Zondagsschool?"

Eerst dacht Piet er over, het niet te vertellen, wat Hans hem gevraagd had. Maar nu Roel weer over de zondagsschool begint, wil hij zich óók groothouden. Hij vertelt het hele verhaal nu.

Roel lacht schamper. „Zó, gaat hij nu 't zoete jochie spelen bij dokter, 'k Zou nog liever. Je hebt gelijk, dat je niet meegegaan bent. Wat is dèt nou voor een jóngen?"

„Ik heb gezegd: wees jij maar kindermeisje," schept Piet op.

Zegt hij 't misschien zo luid, omdat hij er niet meer aan denken wil, dat hij zich diep in zijn hart jaloers gevoeld had?

Als ze door de drukke stadstraat rijden, denkt Piet echter niet meer aan Hans. De drukte van de winkelstraat lokt hem weer. Ze hebben de wagen op 't fabrieksterrein weer volgeladen en zijn op weg naar 't parkeerterrein. Piet is er al aan gewend, dat Roel straks zeggen zal: „Even voor den baas 'n boodschap doen."

De winkelstraat is hem al vertrouwd als hij over 't trottoir wandelt. Hij hoeft nu niet meer zo angstvallig te onthouden waar hij langs loopt.

Voor de fruitwinkel blijft hij staan. Nu is Hans misschien aan 't perenplukken, denkt hij. Maar ik zal niet minder wezen. De vruchten liggen er zo verleidelijk en voordat hij zijn daad eigenlijk goed overwegen kan, heeft hij zijn hand al uitgestoken en met een handige beweging een dikke appel in zijn broekzak gestoken.

Hij voelt dat hij een hoge kleur krijgt. Hij draait zich langzaam om. Nu héél gewoon doen, denkt hij en zonder zich te haasten loopt hij verder. Dan kijkt hij eens goed om zich heen. Nee, niemand heeft 't gezien.

Als hij een flink eind verder is, peuzelt hij de appel lekker op. Zijn angst is verdwenen. Vader heeft wel es gezegd, dat oneerlijke mensen nergens voor deugen, maar daar kan hij dit toch nóóit mee bedoeld hebben. Zo'n appel was toch zeker de moeite niet waard om je druk over te maken. Hij begint zich groot te voelen, dat hij 't zo handig geleverd heeft. Hij heeft wel zin, 't nog eens te proberen. Hier zit meer avontuur in, dan in een middagje bij een boer op 't erf of in de boomgaard te spelen met dat meisje van dokter.

Sluiten