Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XII.

Perenplukken en nog een uitnodiging.

Wat gaat dit fijn, denkt Hans.

Hij zit achter in de auto, zijn gezicht voor 't raampje.

De bomen glijden schemerig voorbij.

Wat gaat het hard. Je kunt er léng niet tegen fietsen. Ling niet. Een fietser is direct ingehaald en als Hans door 't achterruitje kijkt, zijn ze hem zó maar een eind vooruit.

Stof en afgevallen bladeren stuiven soms als een wolk omhoog.

Mientje zit vóór, bij haar vader.

Dokter kijkt af en toe eens achterom en knipoogt tegen Hans: „Hoe gaat het daar achter?"

„Fijn dokter!"

Dokter heeft inwendig schik om dat pretgezicht van Hans. Hij geniet, ziet dokter wel. En Hans voelt een lach om zijn mond kriebelen. Dit gaat nog eens écht.

Hij heeft het vanmorgen niet aan de jongens van de klas verteld. Alleen maar aan meester. Die heeft hem verrast aangekeken, op zijn schouder geklopt en gezegd: „Jonge, dèt is de moeite waard, 'k Wou dat 'k óók mee mocht."

Hans geniet er nu in stilte nog van. Nu is hij een rijke mijnheer, denkt hij, die deftig in zijn auto rijdt. Hij gaat naar Parijs. Of nee,

'„Toe-oet," waarschuwt de signaalhoorn. Een hoogopgeladen wagen met takkenbossen wijkt zoveel mogelijk uit. Dan rijdt de auto er voorzichtig voorbij.

Nu zijn ze er ook gauw. .

„Hier is 't," zegt dokter en dan rijdt hij het grote inrijhek door.

Vrouw Schuurman en kleine Hendrika staan al te wachten. _

Ze stappen uit en vrouw Schuurman groet vriendelijk. Driekje is eerst wat verlegen, maar Mientje neemt haar heel vrijmoedig bij de hand en zegt: „Zullen we spelen? Kom." < »

„Nou, nou," lacht vrouw Schuurman, „dié is niet bang, hoor.

„Sprekend mijn vrouw, hè," zegt dokter.

„Dat denk ik ook. Want u is helemaal niet zo. U is nogal béng uitgevallen, hè," plaagt vrouw Schuurman terug.

Sluiten