Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen kans meer. En wat zou die oude mevrouw zeggen? Die had hem nog wel zo vertrouwelijk aangekeken. Hij kan er zo onmogelijk heengaan. Wat moét hij zeggen als ze hem vraagt waar Piet is ? En dat vraagt ze vast, natuurlijk.

Weer tikken er gejaagde regendruppels tegen 't vensterglas.

Ik hoop, dat 't volgende Woensdag maar heel erg stormt en dat het stortregent, denkt Hans. Dan hoef ik er niet heen.

Hij buigt zich weer over zijn jaartallen, lispelt ze dan zo'n beetje voor zich heen, om te proberen of hij ze kent.

Vader kijkt hem van over de krant aan.

„Ken je ze haast, Hans?" vraagt hij belangstellend.

„Zet ze d'r maar vlug in," raadt vader aan met een blik naar de klok.

Hans plant zijn ellebogen op tafel en houdt zijn hoofd in beide handen. Ziezo, nu nog eens met alle kracht. 1579: Unie van Utrecht. Dat weet hij nu wel eens een keer.

Maar weer drijven zijn gedachten af. Moeder was vanmorgen boos geweest. Vader had niet veel gezegd.

„Je zorgt dat 't in orde komt."

Ja, vader had makkelijk praten.

Hoe kon hij Piet nu nog vragen. Die wou nu toch niet meer. En naar die vriendelijke oude mevrouw te gaan zonder Piet, dat deed hij vist niet!

,,'t Wordt je tijd, Hans," waarschuwt moeder.

„Zeg es op," zegt vader en neemt Hans' jaartallenbriefje.

Hans begint vlot: 1579 Unie van Utrecht. 1581 Afzwering van Philips. 15 .... Hans aarzelt even. 1584, helpt vader. En dan weet hij 't weer. De rest gaat hem slecht af. Met geen mogelijkheid weet hij meer wat in 1588 gebeurde.

„Nou, dat is geen tien," constateert vader, „'k Hoop, dat 't in school beter zal gaan."

Hans is blij, dat hij er zo afkomt.

Dan zegt hij haastig welterusten.

In bed soest hij nog na.

Laat ik Piet toch maar vragen. Zo erg is 't ook niet als hij zich boos maakt. En met Mientjes grootmoeder, nu, dat zal wel meevallen, als hij alles eerlijk vertelt. Hij wordt slaperig en dat maakt zijn gedachten mild.

Maar als hij de volgende morgen wakker wordt, zijn zijn goede voornemens al weer vergeten.

„Ik vraag Piet niet en ik ga niet naar de villa, stelt hij als dagprogram vast. Maar 't geeft hem geen rust en 't wordt zo een moeilijke dag.

Sluiten