Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XIV.

Op „de villa .

Wild waait de wind.

Heel wat bladeren zwieren hun laatste dans.

Maar 't regent niet. De wind heeft de herfstlucht schoon geblazen.

't Is echt weer om een eind te gaan lopen, vinden Hans en Piet, als ze samen op weg zijn naar „de villa".

Ze stappen stevig en welgemoed verder. Ze hebben beide niet meer over hun ruzie gepraat. Hans vertelt van school en dan Piet weer wat er op zijn school gebeurt.

Als ze bij 't inrijhek zijn, zegt Piet: „Ga jij maar voorop lopen. Jij bent hier vaker geweest."

Hij duwt Hans voor zich uit. Hans stribbelt wat tegen. Ze lachen allebei. Dan komt juist Lies de achterdeur uit. Ze ziet de jongens en wenkt met haar hand. Nu lopen ze beiden naast elkaar er heen.

„Kom maar hier," zegt Lies. „Mevrouw heeft even op jullie gewacht. Loop de gang nu maar door en klop dan op dié deur daar," wijst ze dan bedrijvig aan.

Een beetje bedremmeld lopen ze de gang in. Hans voorop.

(„Deze deur geloof ik, hè ?" fluistert hij tegen Piet. 't Is vreemd, nèt of je in deze stille gang niet hardop durft praten."

Piet knikt van ja.

Dan klopt Hans op de deur. Een héél bescheiden tikje. Zou de oude mevrouw 't wel gehoord hebben ? Ze wachten beiden in spanning.

„Nog es?" vraagt Hans met zijn ogen. Piet trekt zijn schouders op. Maar dan horen ze gerucht. De deur zwaait open.

„Zo, knechtjes."

„Dag mevrouw." „Dag juffrouw," zeggen ze beiden tegelijk.

Grootmoe glimlacht even.

Dan legt ze de jongens uit, wat ze nu moeten doen en waar de harken staan. Hans en Piet knikken begrijpend.

„Straks kom ik es kijken hoe ver jullie gevorderd zijn," zegt ze en dan gaan de jongens aan 't werk.

Hans doet zijn best. 't Geeft hem echt voldoening als hij 't stuk

Sluiten