Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De hond volgt hem niet. Dat is zijn geluk.

Piet wacht hem op. „Heeft hij erg gebeten ?" vraagt hij. „Nee," zegt Hans, „is mijn broek kapot?"

Piet buigt zich voorover en neemt de zaak in ogenschouw. „Een lelijke scheur," constateert hij.

Op de hoop bladeren ligt de lege mand nog.

„We moeten weer aan 't werk," zegt Hans. Hij voelt zich moe na die angstige vlucht.

„Kun je de scheur erg duidelijk zien ?" vraagt hij dan aan Piet.

„Maak dat je van m'n akkers afkomt...."

Hans harkt en Piet staat aandachtig te kijken.

„Je kunt 't wèl zien," vertelt hij.

„Wat is er gebeurd?" vraagt Lies dan ineens. De jongens hadden haar niet zien staan, toen ze met belangstelling naar hen keek. ^ „Is je broek gescheurd?" geeft ze zichzelf het antwoord. „Dat is óók wat. Hoe kw&m dat?"

Hans kleurt.

„Zó maar," zegt Piet.

,,'k Zal 'm maar even naaien, dunkt me," stelt ze vast. „Kom maar even mee in de keuken."

Hans en Piet gaan beiden mee.

„Nou zal de broek uit moeten," raadt ze Hans aan.

Sluiten