Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verlegen zit Hans nu in zijn onderbroekje op de keukenstoel.

,/t Hindert niks," vindt Lies en Piet lacht wat. Hij ziet 't keukenraam uit. Maar ineens schrikt hij. Daar komt de boze boer van straks regelrecht op de keukendeur toestappen.

„Die boer!" zegt hij en duikt meteen onder de tafel. Hans ziet het ook en zit in een ogenblik naast hem.

„Malle jongens, wat mankeert jullie nou!" zegt Lies half boos, half verschrikt. Ze begrijpt niet wat de jongens zo gauw van plan zijn. Maar dan hoort ze op de deur kloppen. Verwonderd doet ze de achterdeur open. Daar staat Bergman. En nu begrijpt ze meteen.

Bergman kijkt boos en zijn hand trekt aan zijn reeds grijze baard.

Dan vertelt hij Lies, dat hij twee jongens zoekt.

„Ooooh!" zegt die met een hele uithaal, „waren 't misschien twee jongens met een lichte kiel aan. Zoowat even groot?"

Piet stoot Hans aan onder de tafel. Zou die Lies hen nu verraden ? Hans wacht in angstige spanning af.

„Ja juist," hoort hij den boer zeggen.

„Ja, die heb ik wel gezien," gaat Lies door. „Ze zijn niet meer in 't bos. Die lui heb ik er uit zien komen."

Van pure griezelige spanning knijpt Piet Hans in zijn been.

„Au," schrikfluistert Hans.

„Je zult ze nu wel niet meer te pakken kunnen krijgen," praat Lies door. „Ik zou ze nou maar laten lopen, niet Bergman?"

,,'k Had ze anders graag es even over m'n knie gehad," bromt hij teleur gesteld. „Maar ja, als jij ze hebt zien weggaan, dan kan ik er ook niks meer aan doen. Dèg," zegt hij dan kort en stapt weer op.

De jongens zitten nog onder de keukentafel als Lies weer binnenkomt.

„Ziezo," zegt ze, „nou begin ik er wat van te snappen, hoe die broek kapot komt. Ja, kom daar maar onder de tafel vandaan."

Hans kijkt naar Lies. Is ze boos ? Maar nee, haar ogen lachen.

„Die man zijn hond beet me in mijn broek," vertelt hij dan.

„Nou, pas maar op. Als Bergman je in zijn knuisten krijgt, is 't niet best." zegt Lies. „Hier, de broek is klaar."

Hans heeft hem vlug weer aangetrokken. „U wordt vriendelijk bedankt," zegt hij.

„Niks te danken," lacht Lies. „Ga nu maar vlug je werk afmaken. Bergman is nu wel verdwenen."

Ijverig gaan ze weer aan de slag, maar Hans kijkt af en toe om zich heen of hij Bergman niet ziet opdagen.

Dan komt Mientjes omoe langzaam aangewandeld.

„Mooi, mooi," knikt ze goedkeurend, „dat ziet er goed uit. Flink zo."

Sluiten