Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nu komen jullie maar even binnen, hè!"

Hans en Piet volgen haar naar de kamer. Geen van beiden zegt wat.

„En nu een kop thee en een stuk koek voor de werklui," bestelt ze bij Lies.

Even later zitten ze in de kamer. Naast hun dampende kop thee ligt lokkend een flinke snee geurige koek. Maar geen van beiden durft beginnen voordat Mientjes omoe hen bemoedigend toeknikt.

,,'k Zou maar es proeven," zegt ze. En dan wachten de jongens niet op een tweede aanmoediging.

Als ze zo zitten te genieten, vraagt grootmoe: „En wat moest Bergman hier aan de deur ? Ik hoorde zijn stem."

Ze lacht guitig als ze het vraagt. Dat geeft Hans moed en eerlijk biecht hij de hele geschiedenis op.

„Ja, die Bergman, daar heb ik al heel wat mee beleefd," vertelt haar oude, vriendelijke stem dan. „Die man is vroeger boswachter geweest. Maar hij is later ontslagen. Nu woont hij misschien al wel 'n jaar of dertig in 'n huisje daar bij dat dennenbosje, 't Is een ruige vent.... En als hij kwajongens ziet, wordt zijn ouwe boswachtershart nog weer wakker. Maar 't ergste is, dat hij zo vloekt."

Grootmoe schudt zachtjes haar hoofd, als ze 't vertelt.

„Zijn ouders waren flinke lui, maar wat hebben ze een verdriet van 'm gehad, 't Begon al, toen hij nog een jongen was, met kleine oneerlijkheden. Dan stal hij es een appel of een hoop zandraapjes, later al eens een paar tamme konijnen. En toen hij later tóch nog een boswachtersbaantje kreeg, liep 't weer mis en werd hij ontslagen. En nu is hij eigenlijk kwaad op iedereen. En hij moest 't op zichzelf wezen. Maar ja, jongens, de zonde is zo stérk en zo verleidelijk ...."

Weer wacht ze even en dan praat ze rustig verder: „Wat is 't gelukkig, dat de Heere Jezus er is. Die kan ons bewaren en Die wil ons ook vergeven. Is 't niet, jongens?"

't Is heel stil nu in de kamer. Alleen de pendule tikt haar zachte tik en buiten hoor je de herfstwind in de boomkruinen.

Hans kleurt. Nu zou hij wel willen zeggen: „Ja, mevrouw, dien Heere Jezus ken ik ook." Maar dat durft hij niet. Hoe kun je dat nu zó maar zeggen .... En Piet voelt zich niet op zijn gemak. Dat Zachte vertellen heeft hem van binnen onrustig gemaakt. Hij denkt aan vader, wat dié gezegd heeft over oneerlijk zijn. Dit van die oude mevrouw klinkt weer heel anders. Dan denkt hij aan Roel. Die zou vast wel lachen als hij dit hoorde.

Maar grootmoe wacht helemaal niet op antwoord. Ze heeft stil

i

Sluiten