Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XV.

Van kwaad tot erger.

„Waar wis je de vorige keer?"

Roel kijkt Piet onderzoekend aan.

„Nou, had je geen zin ?"

„Nee," zegt Piet wat onwillig.

„Reed ik je te hard, misschien ?"

Piet knikt.

„Ha, ha," zegt Roel, „was je benauwd, hè! 'k Dacht het wel. Maar ik ben toch blij, dat je terug bent. Ik wou niet graag dat je weer kameraad werd met dien dominee Hans. Je was nu zo mooi op weg om een flinke kerel te worden."

Piet kijkt Roel even aan. Dan ziet hij diens jonge, sterke behaarde knuisten aan 't stuurrad. Ja, zo'n sterke jonge vent als die Roel zou hij toch ook wel willen wezen. Roel heeft nu openlijk gezegd, dat hij hem liever niet met Hans samenziet. En Piet voelt, dat Roel dat zei, omdat hij een hekel had aan de „fijnen". Hij ziét het ook aan die boze, minachtende trek om Roels mond.

„Of ben je soms mee naar dien dokter geweest?" vraagt Roel verder. Vreemd, 't Is net of hier bij Roel in de cabine de leuke middag van de vorige Woensdag erg kinderachtig en bespottelijk lijkt. De woorden van die oude mevrouw hebben Piet eigenlijk de hele week gehinderd. Maar hier bij Roel is 't alsof de greep van die woorden slapper wordt. Hij voelt zich vrijer.

En dan vertelt hij waar hij geweest is. Maar van de vriendelijkheid van die oude grootmoeder en van Lies, nee, daarover wil hij met Roel niet praten. Hij vertelt ook van Bergman.

Roel lacht. „Dien Bergman ken ik wel. Ik kom er wel eens met lijnkoeken, 't Is een béste kerel, al is hij wat gauw kwaad. Hij is vroeger boswachter geweest, hè? Nou, toen hij hier kwam wonen heeft die man es erg in de schuld gezeten. Daar kon hij niks aan doen, he* Toen heeft hij die rijke, oude mevrouw ook vriendelijk geld ter leen gevraagd. Maar ze wou dien man niet eens helpen, jö. Hoe vind je nou zulks ? Maar ja, zie je, dat heb je nou van die fijne lui."

Sluiten