Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Die zondagsschool ook. Daar vertelt die fijne meester. Dat is ook een brave broeder. Heeft geen cent voor een ander over," gromt hij weer verder.

„Nee, dan wij, jö! Wij verraden elkaar niet." Hij geeft Piet een forse klap op de schouder.

„Schei uit," zegt Piet.

Als hij naar huis loopt, voelt hij de twee kwartjes nog in zijn zak. Het kwartje van de vorige week heeft hij in zijn spaarpot gedaan. Maar deze twee zal hij in zijn zak moeten houden. Zijn vader moet het maar niet weten. Piet voelt, dat het met dat geld niet in orde is. 't Is net of in 't avondlijke donker van de straat alle bekoring van de avontuurlijke middag wèg is. En als die oude mevrouw nu toch es gelijk had ....

„Bèh," zegt hij dan hardop.

Hij fluit een liedje.

Wat kan 't hem ook schelen ?

Diezelfde avond zit Hans' meester in zijn studeerkamer. Maar hij kijkt niet in 't boek, dat open voor hem ligt. Hij zit in gepeinzen verdiept. Zoeven is mevrouw van den dokter bij hem geweest. Ze zit in 't bestuur van de Zondagsschoolvereeniging. Ze kwam wel es vaker. Ze heeft verteld van Hans en Piet. En daar zit meester nu stil over te denken. Hij ziet Hans voor zich zoals hij elke dag op zijn schoolbank zit. Hij houdt van zijn jongens. Van Hans ook. En aan Piet denkt hij, al kent hij dien niet. Mevrouw heeft gezegd, dat die wel eens met een zekeren Roel meeging, een chauffeur van een vrachtauto. En nu meester zo zit te peinzen, ziet hij dien Roel voor zich. En hij begrijpt ineens wie dat is.

Voor zijn ogen verrijst het beeld van een oud, gebogen vrouwtje uit zijn geboortedorp. Schuin tegenover zijn ouders woonde ze. Ze had een zoon. Wat een verdriet had ze daarvan beleefd. Ze was er vroeg oud van geworden. Al haar geld had hij in drank omgezet.

Toen was hij getrouwd. Zijn vrouw had niet lang geleefd. Na de geboorte van een zoontje was ze gestorven. Van armoe was hij weer bij zijn moeder ingetrokken. Zijn jongetje was de schrik van de buurt geworden. Meester ziet alles in gedachten weer klaar voor zich. Als hij thuiskwam met vacanties, schold die jongen hem wel na voor

„fijne meester".

Roel heette hij. Meester rekent in gedachten eens na. Die Roel kon nu zowat negentien of twintig jaar zijn. Later was hij op de ambachtsschool gekomen om voor machine-bankwerker te leren. Maar daar had hij ook al niet zo best opgepast. En toen was zijn oude grootmoeder uit haar huisje gezet, omdat ze zoveel huur ten achter

Sluiten