Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,,'k Geloof je nu toch niet," zegt Hans.

„Hoor es Hans, of je me nu gelóóft of niet, ik zal nu geen gekheid meer maken. Ik wil ó, zo graag dat je 't tegen niemand zegt van dat mes. En, ik méén het écht, dan ga 'k Zondag ook met je mee naar de Zondagsschool. Ja hè?"

„Méén je dat werkelijk?" vraagt Hans nadrukkelijk.

„Ja," zegt Piet vastberaden.

„Nou, goed dan," zegt Hans en gaat naar huis.

„Wat had jij daar zo druk met Piet te bepraten?" vraagt moeder, als Hans de keuken binnenkomt.

„Piet gaat Zondag mee naar zondagsschool," zegt hij dan haastig.

„Zóóó," zegt moeder. „Weten zijn vader en tante dat wel?"

„Ik denk het niet, moeder. Maar zégt u 't ook niet? Néé hè," dringt Hans aan.

,,'k Houd er anders niets van om iets stiekem te doen," zegt moeder. „Maar als jij 't nu graag wilt...."

Ze verwondert zich in stilte, dat Hans er zo weinig blij om is. Ze had gedacht dat hij opgetogen zou geweest zijn. Maar misschien is Van der Lijn er op tegen, zodat Piet 't nu stilletjes doen wil. Enfin, dan moet ze later maar es met hem praten.

's Avonds vertelt ze het aan vader, waar Hans bij zit. Al weer zo vreemd, dat Hans het zélf niet vertelt.

„Dan moet je morgen maar aan meester vragen, of Piet en jij Zondag mogen komen," zegt vader.

„Goed, vader."

Hans kijkt dadelijk weer in zijn boek. Hij voelt zich niets op zijn gemak, 't Liefst zou hij nu dadelijk alles maar vertellen, want 't geheim ligt zwaar op zijn hart. Maar Ms hij het vertelt, weet hij zeker, dat Piet dèn nóóit meer naar zondagsschool zal willen. Hij voelt, dat vader hem aankijkt, maar hij blijft ernstig in zijn boek kijken, alsof 't verhaal hem vreselijk boeit.

,,'n Mooi boek?" zegt vader.

„Ja, vader. ,Het geheim van ruigen Toon'."

,,'t Wordt straks je bedtijd," waarschuwt vader dan.

Hans kijkt even naar de klok en leest dan weer door.

Gelukkig, vader vraagt niet verder. Maar vader schudt in stilte zijn hoofd. Dat die jongen zo vreemd deed, nu. Net of 't hem spéét.

Als hij 's avonds in bed ligt, moet Hans er maar aldoor aan denken. Hij had boos gezegd, dat hij zich niet liet omkopen. Hèd hij zich eigenlijk niet laten omkopen? Wel niet voor geld, maar toch voor wat anders. Maar als Piet nu toch op de zondagsschool komt en hij hoort uit de Bijbel vertellen. Daar mocht je toch wel wat voor overhebben. Dat had meester toch gezegd. En mevrouw. En vader

Sluiten