Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en moeder ook. En dokter had gezegd, dat hij éérst maar es moest zien, dien Piet op de zondagsschool te krijgen.

Ja, maar, dit mocht je er toch niet voor overhebben. Dit was verkeerd.

Hans woelt om en om in zijn bed. Ger, die naast hem ligt, begint ook al onrustig te worden, merkt Hans. Dan blijft hij heel stil liggen.

Zo valt hij in slaap.

De volgende dag, na schooltijd, wacht Hans in de klas op meester, die de schoolkinderen naar buiten laat gaan.

Dan vertelt Hans zijn boodschap.

„Een vrijwillige nablijver?" zegt meester, als hij weer binnenkomt.

Dan vertelt Hans zijn boodschap.

Meester laat Hans niet merken, dat hij er al wat van weet. Hij vraagt heel belangstellend: „Is dat je vriend?"

„Mijn buurjongen," zegt Hans dan.

Meester kijkt Hans aan. Anders konden Hans' ogen zo guitig glimmen. Waarom kijkt hij nu helemaal niet blij ? Na 't verhaal van mevrouw van den dokter had hij verwacht dat die jongen nu blij voldaan wezen zou.

„Scheelt er wat aan, Hans? Ben je niet blij, dat Piet meegaat? Of heb je zelf geen zin om mee te gaan?" Meesters stem klinkt vnendelijk-zacht.

Sluiten