Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En die arme bedelaar? Lazarus, heette hij. Wèl, die stierf ook. Een deftige begrafenis had hij niet. Men miste hem niet eens. Maar wat hinderde dat hem? Niets meer. Helemaal niets. Hij was in de hémel...."

Piet kijkt meester aan. 't Is heel stil in 't lokaaltje, 't Lijkt hem alles wat onwezenlijk toe. Was dit nu écht gebeurd? Die meester kon wel wat zéggen. Hij had grote mensen wel eens horen zeggen, dat er praatjes in de Bijbel stonden. D'r was nog nooit iemand uit de dood teruggekomen om te vertellen dat 't waar was.

Maar deze meester dan. 't Is toch een leuke meester. Dat voelt Piet maar zó. En die gelóóft wat hij daar vertelt. Die gelooft het Zéker. Dat kun je zó maar zien.

„ .... Nu gaat de Heere Jezus vertellen over iets heel moeilijks. Hij laat dien rijken man en dien armen Lazarus met elkaar praten. Maar daar wil de Heere Jezus ons iets héél duidelijk mee zeggen. Weet je wat die rijke man nu graag wou? Dat Lazarus weer naar de aarde ging om aan zijn broers te vertellen, dat 't met hem zo slecht was afgelopen. Dat er dus, écht waar, een hel was. Als er iemand, die dood geweest was, nu zélf eens kwam vertellen, wat hij na zijn dood beleefd had, dèn zouden ze wel geloven.

Maar, jongens, dat zeggen de mensen nu nog wel. Ze lachen dan wat en zeggen: D'r is nog nóóit iemand uit 't graf teruggekomen om ons te vertellen of 't waar is wat in de Bijbel staat...."

Raadt die meester zijn gedachten?

... .„Zal ik jullie wat zeggen, jongens en meisjes ? Dat gebeurt ook niet, dat er iemand terugkomt uit de dood om ons te waarschuwen. Vist niet. We zouden hem niet gelóven. We zouden misschien zeggen: je bent iemand ènders of je bent niet écht dood geweest. Het zou zeker niet helpen.

Ik heb maar één waarschuwing, zegt de Heere Jezus. En dat is Mijn wóórd. Dit moeten we geloven. Andere waarschuwingen komen er niet. Jullie moet ook maar in de Bijbel lezen, jongens. Wie den Heere Jezus vindt, heeft veel meer dan alle geld van de héle wereld ...."

't Is nu heel stil. 't Blijft ook stil nu meester uitverteld is. Dan zegt hij: „We zullen nog even zingen met elkaar."

De kinderen zingen hun kerstliederen. Hans kent ze ook wel. Piet niet. Hij voelt zich onrustig van binnen. Als deze meester nu eens gelijk had? Dan vergisten dus zijn vader en die andere grote mensen zich.

Pas als hij met Hans weer in de straat van hun huis loopt, begint de vreemde beklemming te wijken. Hans is stil. Hij vraagt Piet niet,

Sluiten