Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XVIII.

Geen verrader.

't Wordt avond.

De winkels hebben, de een na de ander, de étalage-lichten ontstoken.

't Loopt tegen Sinterklaas. De étalages prijken met een schit van Sint-Nicolaas-verrassingen.

Hans staat aandachtig te kijken voor de grote ramen van „De goedkope winkel." Een heerlijkheid van speelgoed ligt er dozenhoog opgestapeld.

Plots voelt hij de druk van twee koud-gladde glacé-handschoenen op zijn ogen. Met een verschrikt rukje trekt hij zijn hoofd los.

„Mevrouw," zegt hij dan verwonderd.

„Zo, Hans," lacht mevrouw, „wat zie je voor heerlijkheden? Heb je zin in zo'n fijne meccanodoos ? Of in dit leuke teddy-beertje misschien?"

„Jawel," lacht Hans nu ook.

„Nou, dan moet je Sinterklaas er maar om vragen. Dat weet je toch zelf ook wel, nietwaar?"

„Ga je mee zover?" vraagt mevrouw dan.

Hans loopt naast haar. 'n Leuke mevrouw is dat toch. Ze vraagt naar Hans' broertjes en zusje. En Hans vertelt.

Mevrouw vindt het ook leuk, zo naar zo'n prettig babbelenden jongen te luisteren.

„En hoe is 't met Piet?" vraagt ze.

Hans houdt op met vrolijk praten.

„Goed, mevrouw," zegt hij.

„En is hij al naar de zondagsschool geweest ?"

„Ja mevrouw."

„En hoe vond hij dat?"

,,'k Weet niet, mevrouw. Móói, mevrouw."

Mevrouw verwondert zich. Wat kruipt die jongen plotseling in zijn schulp. Hij is dadelijk gesloten geworden, toen ze over Piet begon.

„Ben je er niet blij om, Hans?"

Ze lopen nu aan de stille kant van de gracht. Het grachtwater

Sluiten