Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kan niks schelen," zegt Piet onverschillig.

Als ze de drukke stadsstraat doorrijden, ziet Piet dat overal grote reclame wordt gemaakt voor Sinterklaas. Ongeduldig houdt hij de portierkruk vast om maar gauw in die gezellige drukte te wezen.

,,'n Half uur — drie kwartier. Langer niet," zegt Roel, als ze beiden een kant uit gaan.

„Best," bromt Piet.

Als hij op 't trottoir loopt, boeien de overdadige Sint Nicolaasétalages hem met hun overvloed van begeerlijke dingen. De fruitwinkel is vólgestald met kleurige fruitmanden. De koopman is druk bezig met étaleren.

Piet loopt er voorbij zonder de minste kans op een appeltje.

Trouwens, hij had pas een sinaasappel gegeten. Laat die appeltjes dus maar liggen, denkt hij.

De winkel, waaruit zijn mes afkomstig is, loopt hij gewoon voorbij. Daar durft hij 't voor de tweede keer niet weer proberen. Er zullen wel méér winkels zijn.

Aan 't eind van de straat slaat hij een zijstraat in. Daar is ook nog een rij winkels.

„De Toko," leest hij al op een afstandje. Heette een Indische winkel, waar je van alles kopen kon, niet zo?

Voor de étalage blijft hij staan.

Ja, messen liggen er ook. In de winkel, waar vrije toegang is, ziet hij ze ook staan in wit kartonnen doosjes. Dan is zijn besluit genomen. Hij neemt een van Roels kwartjes in z'n hand en gaat naar binnen.

't Is er druk. Een paar meisjes staan er tasjes uit te zoeken en even verder staan twee druk pratende vrouwen een serie lampekappen te bezichtigen. Dan is er nog een moeder met twee kinderen en een oude mijnheer, die een pijp wil kopen.

„En wat wenst de jongeheer?" komt er opeens een grijsgejaste bediende op hem toeschieten.

„Een paar ansichtkaarten," zegt Piet rustig. ^

„Kijk eens, zoek hier maar even uit. 'k Kom zó weer bij je.

Piet gaat achter de draaibare prentbriefkaartenstandaard staan, vlak bij de doosjes met zakmessen. Had hij dèt niet mooi bedacht, triomfeert hij bij zichzelf.

Hij kijkt even goed om zich heen.

Toch ziet hij niet dat kleine raampje in de wand. Een dun tulen

gordijntje hangt er voor. .

En er échter gluurt een gezicht. Piet ziet het niet. Nu is al zijn aandacht schijnbaar bij de ansichten. Voorzichtig gaat zijn hand naar de doos. die 't dichtst bijstaat.

Sluiten