Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XX.

Piets vlucht.

Even had Piet achterom gekeken.

Héél even maar.

Maar toch juist lang genoeg om te zien, dat de hem achtervolgende winkelbediende in volle vaart tegen den agent botste.

Die botsing was zijn redding geworden. Zonder weifelen was hij 't nauwe straatje ingestoven.

Hó, daar had hij niet verder gekund. Maar iemand, die in angst zit, durft méér dan gewoonlijk. Róetss, hij was boven op de kisten geklommen. Aü, hij schaafde zijn scheen. Even hield hij zich in evenwicht op de puntig toelopende muurrand. Klèts, daar viel het mes voor Roel op de harde stenen van 't binnenpleintje.

Laat liggen dat ding.

Even wankelde hij, toen hij in 't gras van de tuin, aan de overzij, neerplofte. Bijna was hij gevallen. Vérder maar weer. Over het ijzeren tuinhekje te klimmen was nu maar een kleinigheid. Rènnen nu. 't Was stil op de gracht, maar plotseling begon een kittig keeshondje op 't dek van een van de kleine scheepjes, die tegen de grachtswal lagen, heftig te keffen. Dat had Piet tot bezinning gebracht. Gewóón lopen moest hij. Anders liep hij immers zó maar in de gaten.

Oef, van over de smalle ophaalbrug daar ginder komt een agent aangefietst. Misschien wist die 't al.

Wanneer de politiebureaux opbelden, wisten alle agenten direct wat er te doen was, meent Piet te weten. Terug dus. Maar nee, dat kan ook niet. Dan loopt hij er ook vast in. Wacht, wéér een smal steegje, tussen twee huizen. Piet is 't meteen ingeslagen. Even huivert hij. 't Begint al te donkeren tussen deze hoge muren. De bepleistering voelt koud vochtig aan, als hij met zijn hand er tegen stoot. Brrr. Waar zal hij nü terechtkomen. Weer komt hij op een binnenplaatsje. Hij kan niet verder. Dit gat ook maar weer uit, vindt hij. Voorzichtig loert hij eerst om de hoek van 't smalle steegje. Veilig! Geen agent meer te zien. Nu de brug over. Daar is weer een winkelstraat.

Hij loopt zo vlug hij kan. De straat komt wéér uit op een gracht,

Sluiten