Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ga maar zitten, 'k kom direct," hoort hij dokters stem vreemd veraf, 't Bonzen van zijn hart suist hem door zijn oren. Hij knippert tegen 't felle electrische licht.

Dan voelt hij zich neergedrukt op de leren zitting van een bank. Een deur slaat dicht. Hij is alleen.

Een eenzaam gevoel van verlatenheid komt over hem. Al zijn moed en durf is weg. Er komt een brok in zijn keel. Hij durft niet meer te denken. Hij heeft een hekel aan zichzelf.

Hoe lang heeft hij hier nu al gezeten! Al lang? Of is 't nog maar pas geleden? Heeft hij vanmiddag Roel nog gesproken? Was dat heus vanmiddag?

Van achter een deur dringt het gepraat van stemmen als een ver gegons tot hem door. In de tuin achter 't huis blaft een hond. Langs de gracht ratelen de wielen van een handkar voorbij. Dan is 't weer stil.

t Huis lijkt nu wel uitgestorven. Zouden ze hem vergeten zijn ?

Was hij toch maar weer thuis. Tranen branden in zijn ogen. Dan legt hij zijn elleboog op de smalle tafel en laat zijn hoofd er op rusten.

En in de eenzaamheid van de wachtkamer snikt Piet zijn verdriet uit als een kleine jongen.

Sluiten