Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

makkelijker. Hij vertelt van Roel, van de sinaasappel, van dat mes, van Héns. Als hij uitverteld is, voelt hij een vreemde moeheid in Zijn benen. Zijn hoofd voelt zwaar van 't huilen.

Mevrouw blijft zwijgend zitten. Wie had dèt nu gedacht. Dat zo'n jongen al zó ver op 't verkeerde pad was. Dat daar nu eigenlijk een diéf bij de tafel zat. Er komt een bange vrees in haar hart. Die Piet is al zó ver, en wie zal hem tegenhouden ? Zijn vader ? Ze kent hem met- Zijzelf? Ach nee. VC^at kan je toch in werkelijkheid slechts een béétje, een nietig klein beetje!

Piet kijkt haar vragend aan. Hij voelt zich onzeker, nu mevrouw daar zo zwijgend zit.

Dan begint mevrouw te praten:

„Ja, Piet. Dat is héél erg, wat je gedaan hebt. Werkelijk héél erg."

Piet kijkt angstig. Mevrouw merkt het wel. Ze zoekt naar woorden. En dan ineens wéét ze het. Het stroomt als een warm gevoel door haar heen: Hier is er Eén, Die helpen kan. De Heere Jezus! Die gekomen is om zondaren te redden. En zacht begint ze te praten nu. t En Piet luistert. Eerst kijkt hij nog bang voor zich heen naar t tafelkleed. Maar t duurt niet lang of hij kijkt mevrouw gespannen jan'-^rj t00n van haar s^em l°kt hem vanzelf. En ze noemt die naam, diezèlfde naam die Hans meester genoemd had en waar de oude mevrouw van gesproken had.

Er komt een groot verlangen in Piets hart. Waar was die man ? Woonde die daar boven de sterren? En hoe kon die dan alles zien? t Leek een vreemd sprookje, zoals tante wel eens aan zus vertelde. Maar 't was toch iets héél anders, 't Wis geen verhaaltje. Dat merkte je dadelijk. Mevrouw gelóófde het. 't Was écht, helemaal écht. Die Heere Jezus wés er. Was hier vlakbij!

„En nu moet dat kwade aan kant, Piet. Je moet het je vader maar vertellen.

Piet knikt. Maar hij ziet een berg van moeilijkheden. Wat zal vader kwaad zijn! En hoe moet dat mes ooit weer terecht komen? Kon hij alles maar verzwijgen. Dat was veel gemakkelijker.

Mevrouw begrijpt het wel.

, 'A Is niet gemakkelijk, Piet, om te doen wat de Heere Jezus wil. t Is altijd véél gemakkelijker om onze eigen zin te doen. Maar jé moet je kwaad aan je vader bekennen."

Er klinken voetstappen in de gang. Dokter komt om 't hoekje kijken.

„Kun je éven komen, vrouw?" vraagt hij.

Piet hoort ze gedempt praten in de gang. Dan wordt het stil. En slaat een deur. Vlugge voetstappen knerpen in 't kiezel. Dan slaat er zoemend een auto aan. Meteen gaat de wachtkamerdeur weer open.

Sluiten