Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Geeft hem weer moed en hij hoeft niet eens heel lang te zoeken, om een gevellantaarn te vinden met een rode band, waarop „Politie" staat. Haastig gaat hij 't betonnen boogportaal binnen.

Op het bureau zitten twee agenten. Een met een grote snor zit achter de schrijftafel.

„Goedenavond mijnheer," zeggen ze allebei als Van der Lijn binnenkomt.

Die met de snor vraagt dan: „En wat was er van uw dienst, mijnheer?"

„Ja," zegt Van der Lijn, „ik zit met een moeilijk geval. Ik zoek mijn jongen. Die is niet thuisgekomen. Ik weet ook niet of hij in de stad is. Weet u er misschien wat van?"

De agent strijkt eens over zijn knevel.

„Aha!" zegt hij, „hoe héét dat jongmens?"

„Piet," zegt Van der Lijn.

„Prachtig. Zo heten verscheiden lui hè. Daar heb je bijvoorbeeld Zwarte Piet."

Van der Lijn kijkt hem onzeker aan. Zit die vent hem voor de mal te houden? Maar nee, daar kijkt hij ook veel te gemoedelijk voor. Hij heeft een bloc-note naar zich toegehaald en kijkt Van der Lijn aan.

„Piet van der Lijn," zegt deze dan verduidelijkend.

,/t Kan niet beter," knikt de snor weer. Dan gaat hij ineens achterover in zijn stoel zitten.

„Mijnheer," zegt hij, „ik kan u feliciteren, die jongen is terecht. Hij is al in zijn woonplaats gearriveerd."

Nu snapt Van der Lijn er niets meer van en tamelijk onbeleefd vraagt hij: „Hoe wéét u dat zo gauw?"

Maar de agent knikt gemoedelijk:

„Dat is 't geheim van den smid, hè. Maar 'k zal 't u zeggen. Er is een poosje geleden opgebeld, dat wanneer hier een mijnheer kwam vragen naar Piet van der Lijn, wij konden zeggen, dat hij reeds terecht was."

Van der Lijn voelt zich honderd pond lichter.

„Gelukkig mijnheer," zegt hij uit de grond van zijn hart. „Wie belde op, als ik vragen mag?"

„Mevrouw van den dokter," zegt de agent weer.

Van der Lijn schrikt er van.

„Maakt u zich nu maar niet meer ongerust, mijnheer. Als er wat aan scheelde, had die mevrouw 't er wel bijgezegd. Een politie schrikt niet zo heel gauw, ziet u. Als ik u was, zou ik nu maar rustig naar huis gaan."

„Nou, mijnheer, ik dank u wel," zegt Van der Lijn.

Sluiten