Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dan loopt hij haastig de straten door naar 't parkeerterrein. Ja, daar stond de oude rammelkast. Vlug starten en dan naar huis.

Hoe die jongen nu toch thuis kwam! En dat mevrouw van den dokter opbelde. Die type van een agent kon nu wel zeggen: „Maak je niet ongerust," maar wat had dokter nu met dit geval te maken ?

't Is weer begonnen te regenen.

Tjssssk-tjsssk, sliert de ruitenwisser in preciese regelmaat. De laatste bocht.

Ziezo, denkt Van der Lijn, nu zijn we er gauw. Hij is blij als hij bij den smid-auto-verhuurder uit kan stappen.

Piet zit stil bij de tafel.

Zijn zusje is al naar bed. Ze heeft alleen haar boterham moeten eten. Tante is in de keuken bezig. Toen Piet thuiskwam, is ze boos tegen hem uitgevaren. Maar Piets vreemde stilzwijgen en dat witvertrokken gezicht hadden haar ontwapend. Nu is ze luidruchtig bezig in de keuken.

Piet zit stil bij de tafel.

Straks zal vader komen. Hij moet alles bekennen. Dat heeft mevrouw gezegd. Dat wil de Heere Jezus. Even komt er een boze angst bij Piet op. Had hij maar nooit van dien Jezus gehoord. Voor die tijd durfde hij alles. Toen zat hij niet in angst. Hij had zich nu immers ook gemakkelijk door een leugen kunnen redden. Roel heeft toch gelijk, dat die fijnen niets meer durven. Maar wat zei mevrouw ook nog? Dat het moeilijk was. Ja, als hij nu tegen zijn vader de waarheid zei, dèn moest hij juist durven ....

Er klinken voetstappen naast 't huis. De achterdeur gaat open. Piet hoort vader haastig wat aan tante vragen. Dan gaat de kamerdeur open. Vader en Piet kijken elkaar aan. Even maar. Dan slaat Piet zijn ogen neer.

't Blijft onheilspellend stil. Vader doet een paar stappen en gaat op een stoel zitten.

Piet kijkt op. Waarom zei vader niets? Zei vader nu maar wat!

Ineens begint hij te huilen; zijn stem slaat vreemd over: „Ik zal 't niet weer doen, vader. Ik zal 't niet weer doen!"

„Zwijg!" zegt vader kort en heftig. Hij is opgestaan en loopt met driftige passen de kamer op en neer. Hij heeft zijn hoed nog op en zijn korte overjas nog aan.

Piet laat zijn hoofd op zijn ellebogen leunen. Dan ineens staat Van der Lijn vlak naast hem stil.

„Vertel op," zegt hij, nu kalm.

En dan vertelt Piet. 't Gaat zo gemakkelijk niet als bij mevrouw. Toch bekent hij. Maar dan komt het ergste. Zijn vader is gaan zitten.

Sluiten