Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XXV.

Kerstfeest.

Het sneeuwt.

't Is een stuivende wirwar van dwarrelende vlokjes.

Alle geluid is gedempt.

Het bos, buiten 't dorp, wordt een sprookjesbos. Ongerept ligt de witte sneeuw er op de takken en tegen de stammen. Op de grond sneeuwen de verse sporen van hongerige konijnen dicht.

De straten in het dorp worden al maar witter.

De straten in het dorp worden al maar witter. Moeizaam lopen de mensen er, voorovergebogen, diep in de jas- en mantelkraag gedoken.

De slanke torenspits van de Roomse kerk vervaagt in de dwarrelende sneeuw. Het hoge brede kerkedak ziet blauwig-wit.

In het stille grachtwater worden de blanke vlokken tot een groezelige pap.

Sluiten