Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de genietende kinderen en 't heen en weer lopen van de grote meisjes, die bedienen. Zouden ze nu zijn hele vertelling al vergeten zijn? Hij kijkt de rijen nog eens rond. Daar zit Piet ook. Daar bij Hans. Meester knikt hen vriendelijk toe. Hans ziet het niet, maar Piet knikt terug. Hij krijgt er een kleur van.

Als 't weer stil is en mevrouw van den dokter een verhaal vertelt, moet Piet nog altijd denken aan 't verhaal van den meester. En meester, die nu in een bank zit, denkt aan Piet. En zonder dat de mijnheer, die naast hem zit het merken kan, worden zijn gedachten tot een dringend bidden. Ach hij kon niet meer dan vertéllen, maar de Heere Jezus Zelf, Die kon het doen. Die kon ook Piet maken tot een schaap van Zijn kudde ....

Op een bank achteraan zit Van der Lijn. 't Is een overwinning op hemzelf, dat hij daar zit. Maar Piet had 't zo graag gewild. Hij voelt Zich onwennig in het hem vreemde kerkgebouw. Maar toch heeft de vertellende meester hem ontroerd, méér dan hij zichzelf wel bekennen wil.

Mevrouws verhaal is uit.

Dan zingen allen, juichend, het „Ere zij God".

Het orgel dreunt zijn diepe bassen. Buiten is het donker.

Uit de hoge boogramen van de kerk schijnt het licht in vele kleuren.

En 't gezang klinkt naar buiten.

Ja, de Heere Jezus is geboren.

Hij geeft de vrede.

Hij alleen.

Sluiten