Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Yeulen.

Knaap.

Veulen, flink en aardig dier,

Ei, kom liier,

Draag mij eens gezwind en vlug Op uw rug.

Veulen.

Neen, o neen, daar komt niets van,

Kleine man ,

'k Wierp u, zette ik 't op een draf,

Zeker af;

Op uw houten paardje daar Loopt ge daarvan geen gevaar.

Hij wou 't nog vatten bij den kop ,

Maar 't Veulen liep op een galop.

Toen dacht de knaap: 't kan mooglijk zijn , Dat gij gelijk hebt, — 'k ben nog klein , Ik heb van rijden geen verstand En lag misschien al gauw in t zand ;

Doch word ik groot, k verzeker u, Ge ontsnapt mij dan niet, zoo als nu ; Gij wordt mijn paard dan, ik uw heer , En 'k doe met u, wat ik begeer.

Sluiten