Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Y1 inder.

Kind.

Vlinder, zijt gij Al weer hier ?

Ach, dat spijt mij,

Aardig dier ;

Want gevaarlijk Is het licht,

En komt gij Daar zoo dicht Telkens bij ,

'k Vrees dan waarlijk, Dat ge u door uw eigen schuld Straks nog deerlijk branden zult.

Het Kind had meelij met den Vlinder En ving, eer hij zich had gebrand , Hem tijdig zachtjes met de hand; Het zette hem toen zonder hinder , Voorzichtig buiten 't venster neer,

Waar 't lieve beestje, zwak en teer, Den nacht van koude zat te beven En haast geen teeken gaf van leven. Doch 's morgens, toen de zonnegloed Hem eerst een poos lang had beschenen, Werd hij weer frisch en welgemoed, Vloog op, en was op eens verdwenen.

Sluiten