Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.

(ïerrit en zyn vriendje.

leö^sii rg klein is het dorp Heidelaar. Iemand, die zwakke oogen heeft en toevallig het kleine kerkje niet voorbijVtmÉmi komt, dat door een krans van geboomte omringd is,

zou het voorbijloopen', zonder het op te merken.

De huisjes en huizen daar kruipen alle haast heelemaal weg achter het groen, precies of ze met elkander verstoppertje speelden.

Breede maar slecht onderhouden landwegen gaan er in alle richtingen van uit. De grond is er hoog en er is in iedereav tijd van het jaar gelegenheid, om er te komen.

En toch komt er haast niemand. ,

De bewoners houden zich bijna allen jaar in jaar uit met den landbouw bezig. Zij zijn zeer vreedzaam van aard. De veldwachter Van Braam moet heelemaal van de hoofdplaats der uitgestrekte gemeente, Heideloo genoemd, komen, om den bewoners de belastingbriefjes uit te reiken. Als de luitjes dien gevreesden man met zijn groote uniform-pet, zijn blauwe jas met glimmende knoopen, zijn dikken wapenstok in de hand en de blinkende, sabel op zijde zien aankomen, kijken ze een beetje benauwd; want ze weten bij ondervinding, dat deze

EIGBK SCHULD. 1

Sluiten