Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

man nooit komt om wat te brengen, maar altijd om wat te halen. En daar ze meest allen slecht bij kas zijn valt hun het betalen van de belasting en van de huurpenningen gewoonlijk zeer moeilijk. Veldwachter Van Braam moet wel eens dat geld ophalen en hij weet, dat hij nergens welkom is. Daarvan komt het misschien ook, dat hij altijd een zeer ernstig gezicht zet bij het binnentreden, als kwam hij op een begrafenis. Zelfs onder het voortstappen — en o, dat kon hij zoo verbazend deftig doen! — had nog niemand hem zien lachen.

Vooral de kinderen waren bang voor dien langen, schralen,

deftigen man, met zijn mooie uniform-pet, die altijd splinternieuw scheen te wezen, zijn blinkende knoopen en zijn niet minder blinkende sabel op zijde.

En tot de bangsten mocht men gerust Gerrit rekenen. Wie dat was?

Een lang opgeschoten jongen van een jaar of twaalf, die er haast nog vreemder uitzag dan de veldwachter zelf, voor wien hij toch meer vrees en ook meer ontzag had dan voor éénig

mensch ter wereld.

De pet, die onze Gerrit op heeft, is stellig zijn beste kleedingstuk en lijkt heel veel op die van den veldwachter.

De kleermaker heeft haar uit den blauw-lakenschen soldaten-

Sluiten