Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

Met weinig gelukkig.

1MÏ kuisje. waarin de kleine Jan met zijn ouders woonde, ■ zag er, evenals de meeste huisjes daar in de buurt, UJeJ armoedig uit. Het was dan ook niet uit een ruime

beurs gebouwd. Jan's ouders waren knecht en meid geweest bij boer Bruggeman. Op een keer had de boer Jan's vader aldus aangesproken:

„Willem! je bent een ijverige jonge man en kunt met alle soort van boerenwerk flink overweg. Je kunt ploegen en zaaien als de beste en zelfs uitstekend met lastige paarden omgaan. Ik zou je niet gaarne missen."

„Ik dank u wezenlijk voor die vriendelijke woorden!" had de knecht geantwoord, „maar ik zou toch niet gaarne mijn geheele leven knecht willen blijven!"

„Dat is ook volstrekt niet noodig!" verzekerde de boer. „Als je wil, kun je trouwen en mij dan als vast daglooner helpen. Den Veldkamp kan je van mij in pacht krijgen. Rogge wil er best groeien; aardappels voor de huishouding en tot het vetmesten van een varkentje kun je er ook genoeg verbouwen. Als je er voor den winter nog een voer hooi. bij koopt, kun je ook een koe houden. Deze voorziet je van mest, melk en boter.

Sluiten