Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oogen staan helder en vroolijk en haar blozende wangen getuigen van gezondheid en levenslust. Een gebloemde, katoenen doek bedekt hals en schouders; een donkerbruin jak, zwarte rokken en een blauwe boezelaar maken haar overige kleeding uit. Aan de voeten draagt zij een paar klompen met hooge neuzen.

De kleine Jan kijkt ondertusschen door het raam naar de bloemen in den kleinen tuin; en ook naar de vogeltjes, die door de takken rondhuppelen en zoo nu en dan in een pleizierig

geschetter hun vreugde over den nieuwen, mooien dag te kennen geven.

Er is er nog een, die bemerkt heeft, dat het bijzonder mooi weer is; het is de koe in den donkeren stal.

„Hum! Hu-u-u-u-um!" roept het makke beest, dat roodbont is met een groote, witte plek voor den kop. En zij lekt, bij de gedachte aan het malsche gras, met haar ruwe tong begeerig den glimmenden snuit.

„Ja, Bles, je komt er zoo aanstonds uitl Heb maar geduld!" roept de huismoeder terug.

Het beest doet weer hetzelfde geluid tot antwoord hooren.

Sluiten