Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III.

Op de heide.

Jr^SJll et oogverblindende schittering stond de kleine zon IIMk *3 H ^008 aan den onmetelijken grooten hemel te schijptSgaj Mj nen en ze deed alles schitteren in haar licht.

De vogels tjlipten en zongen in het dichte kreupelhout langs den weg. Onder dat hout stond hier en daar wel een weinig gras, en Gerrit zou gaarne gezien hebben, dat Bles er zich aan tegoed deed; maar Bles lustte het niet, omdat het door menschen en dieren vertreden was. Telkens duwde zij haar geleider met den snuit tegen den rug, om hem zoo tot voortgaan te bewegen.

Toen de jongens met de koe een bocht van den weg achter zich hadden, zoodat moeder De Rijk hen niet meer zien kon, gebood Gerrit op eens: „Ho, Blesl"

De koe schudde zijdelings met den kop, alsof ze: „Neen!" zeggen wilde, maar een ruk aan het touw, dat om haar kop was vastgemaakt, deed haar stilstaan.

Gerrit trok nu zijn gelapt buis uit, vouwde het dubbel en legde het op den scherpen rug van het magere beest.

„Komaan, Janneman! Nu begint het spelletje!" sprak onze koeherder en tilde den kleinen man op het makke beest. Daar zat Jantje nu heel parmantig als een ruiter op het paard. Maar

Sluiten