Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heideveld, waar tusschen de sterk riekende gagelstruiken hard gras groeit.

..Wat ben je laat," zegt Gerrit.

„Dat komt," is het antwoord, „doordat we gisteravond heel laat. zijn opgebleven: vader om te weven, moeder om kousen te stoppen en ik om het garen op de klosjes te spoelen. En toen we te bed lagen, werden we wakker gehouden door het gescharrel van de muizen, die in het bedstroo zaten.

Ongelukkig hebben we geen klok en geen horloge in huis en zoo zijn we veel te laat opgestaan. En 't gekste was nog, dat we heel vroeg meenden te wezen. Zoo, Janneman!" vervolgde hij, zich tot den kleinen jongen wendende, „ga jij nu voor 't eerst ook eens mede? Komaan! dat is goed!"

,,Zeker!" zegt Gerrit. „Zie eens, wat een mooien stok ik hem gisteren gemaakt heb, met allemaal kringels er omheen. Daarmede moet hij Bles wat aandrijven, als die eens een vlaag van luiheid mocht hebben."

Jantje zwaait bij deze woorden heel parmantig met zijn stok, om het mooie er van des te beter te doen in 't oog vallen.

,,'t Is van belang!" zegt Hein met een leuken trek op het guitig gezicht. „Dien stok zou ik gaarne willen hebben! Och, toe! geef hem mij, dan ben je ook een beste jongen!"

„Neen, neen! je krijgt hem niet, hoor!" zegt de kleine snaak.

„Voor geen geld van de wereld! niet waar, Janneman?" zegt Gerrit.

„Voor geen geld van de wereld!" herhaalt deze.

„Hum! èhum!" zegt Hein en hij trekt een gezicht zóó zuur, alsof hij de heele azijnflesch leeggedronken had, „neen! dan loopt het me te hoog in de papieren, zooals de veldwachter gewoon is te zeggen!"

Gerrit lacht, dat hij schatert, en al spoedig houden Hein en de kleine Jan hem daarin gezelschap.

De koeien hebben intusschen ook getoond, dat zij een goede opvoeding ontvangen hebben en weten, hoe het behoort. Zij laten de een vóór, de ander na een zwaarmoedig gebrom hooren, dat ongetwijfeld zooveel zeggen wil als: „Goeden morgen

Sluiten